Intro

Een te lage belastbaarheid van het lichaam (vaak door fysieke tekortkomingen) kan ten grondslag liggen aan het ontwikkelen en/of onderhouden van klachten. Allerlei eenvoudige bezigheden kunnen dan gemakkelijk overbelasting veroorzaken. Psychische spanningen kunnen eveneens bijdragen aan het ontstaan en/of onderhouden van lichamelijke klachten.

 

Belasting: dit is de last die een individu of een gedeelte van het individu kan dragen. Dit kan zowel op het geestelijke niveau als op het lichamelijk niveau zijn. Dit kan bijvoorbeeld een last zijn in gewicht (kg) maar ook een last op geestelijk niveau. Is de last op het geestelijk niveau dan is de last niet uit te drukken in een waarde. Het is in dat geval de psychische druk die er op een individu wordt uitgeoefend.  Een voorbeeld: De belasting is een marathon lopen. De belasting wordt nog beter omschreven als er ook een tijdsaanduiding bij aan gegeven wordt; de marathon lopen in bijvoorbeeld 2 uur en 30 minuten.

 

Andere voorbeelden van belasting zijn 50 kilo tillen, 100 meter sprinten met 5 herhalingen, 2 uur fietsen met een snelheid van 25 km per uur. Een voorbeeld van geestelijke belasting kan zijn: privé omstandigheden, werkdruk, bedrijfsovername, etc.

 

Belastbaarheid: dit hangt samen met de algehele conditie van het lichaam of delen van het lichaam bijv. de achillespees of de knie. Een chronische aandoening van de achillespees verlaagt de conditie van de achillespees en daardoor de belastbaarheid. Het woord conditie van het lichaam of de conditie van delen van het lichaam is een sleutelwoord bij het begrip belastbaarheid.

 

verminderde belastbaarheid 1Al naar gelang de bouw van het lichaam, de sterkte van spieren, de algehele conditie, de voedingstoestand en de mate waarin een persoon vermoeid  of uitgerust, gespannen of ontspannen is, bepalen of de belastbaarheid van de persoon goed is. Of dat deze belasting een overbelasting wordt. Voor verschillende personen kan één bepaalde belasting zeer verschillend op de weefsels van het lichaam inwerken en als prettig of onprettig worden ervaren.

 

Als de belasting afgestemd wordt op de belastbaarheid kunnen er theoretisch geen klachten ontstaan. Door de belasting groter te maken dan de belastbaarheid wordt de belastbaarheid van het lichaam op den duur vergroot en zie je aanpassingen in het gehele lichaam. Als weefsels langere tijd een grotere belasting moeten ondergaan dan de belastbaarheid toestaat, is de kans groot dat bepaalde weefsel worden beschadigd. Ook zullen er veranderingen in het weefsel insluipen.

 

Aanvankelijk zijn deze veranderingen nog functioneel, doch bij voortdurende  overbelasting zullen deze veranderingen zorgen voor klachten. Door overbelasting  raken spieren vermoeid, er ontstaat melkzuur en indien spieren dan niet in de gelegenheid worden gesteld om zich te herstellen, zal o.a. spierstijfheid ontstaan, de spanning in de spieren wordt groter, de stofwisseling(doorbloeding) wordt minder, beschadiging van spiercellen treedt op en er ontstaan spierverkortingen en verhardingen en mede daardoor een dysbalans van krachten op de gewrichten met op den duur chronische klachten en aandoeningen van de gewrichten. Ziektes (ontstekingen/griep), vermoeidheid, overtraining, langdurige onderbreking van de training of onvoldoende rust zorgen daarom voor het verlagen de belastbaarheid.

 

Door de belastbaarheid te verhogen neemt de ‘vatbaarheid’ voor klachten af.

 
In de praktijk gaat het voornamelijk om het verbeteren van de lichamelijke fitheid. Het is bekend dat door vermoeidheid de coördinatie van bewegingen afneemt, waardoor de kans op klachten toenemen. Door training verbetert de belastbaarheid en is het lichaam in staat om steeds grotere belastingen aan te kunnen. Regelmatig trainen verhoogt de conditie en daardoor de belastbaarheid; het lichaam wordt sterker. Belangrijk is wel, dat je het lichaam steeds de kans geeft om zich te herstellen. Want belasting en herstel is een functionele eenheid. De verhouding tussen belasting en belastbaarheid moet dus zodanig zijn dat deze twee in evenwicht zijn. Preventie moet dan ook gericht worden op het bereiken of handhaven van dit evenwicht. Hiertoe kan de belastbaarheid verhoogd en of de belasting verlaagd worden. De fysiotherapeut kan u hier in begeleiden.